September 2011 | Opbrengstkartering in aardappels Precisielandbouw begint bij het vaststellen van (eventuele) verschillen in opbrengend vermogen en het doorgronden van de oorzaken. De meest voor de handliggende methode om verschillen vast te stellen is het analyseren van opbrengstkaarten van een reeks van jaren. Dr.ir. Daan Goense (destijds IMAG) spoorde meer dan 10 jaar geleden loonwerkers aan om maaidorsers te voorzien van opbrengstmeetapparatuur om een atlas te kunnen maken van opbrengstkaarten. De praktijk was er nog niet rijp voor, op een paar pioniers na. Pas nu gps via de toepassing als navigatiehulp gemeengoed is geworden begint de praktijk zich te interesseren in Precisielandbouw. Intussen hebben softwarehuizen en fabrikanten van landbouwwerktuigen niet stilgezeten. Het is nog lastig, maar het wordt steeds makkelijker om VRA-kaarten (variable rate application) te ontwerpen en toe te passen. Konden we nu maar beschikken over een atlas van onze percelen, dan konden we via een gerichte bemonstering van bodem en gewas zoeken naar mogelijkheden om gulle plekken nog beter te laten presteren en problemen op achterblijvende plekken weg te nemen. HWodKa heeft in het kader van het PPL2-project Plaatsspecifiek Perceelmanagement van de Kaart onderzoek laten verrichten naar mogelijkheden om historische remote sensing beelden te gebruiken voor het verdelen van percelen in management zones, d.w.z. zones met een duidelijk verschil in opbrengend vermogen. Tot op heden is dat niet gelukt. De beelden openbaarden geen consistente patronen.
Eén van de eerste percelen in de Hoeksche Waard die in management zones ingedeeld is bevindt zich op de Greup. Het 19 ha perceel is door Wageningen Universiteit (Sanne Huijting) ingedeeld in 5 zones. M.b.v. geostatistiek zijn per zone 5 monsterpunten aangewezen, die samen representatief zijn voor de zone. Bij het kiezen van deze monsterpunten is rekening gehouden met gedempte sloten en greppels en drainagesleuven. Op deze monsterpunten zijn door BLGG bodemmonsters genomen. Bovendien zijn voor dit perceel rs-beelden verzameld w.o. een zeer nauwkeurig beeld (2 x 2 m) van de provider World View (via Terrasphere) en MijnAkker-beelden. Op 20 september jl. zijn op de monsterpunten proefrooiingen verricht (2 x 2 m in spoor 2 en 3). De monsterpunten werden opgespoord met een van Agrometius gehuurde Trimble Nomad (Egnos dGPS ~1m; uitgerust met Farmworks Mobile software). De locaties van de meetpunten waren beschreven in RD-coordinaten. Deze coördinaten konden na transformatie in WGS84 als shape-bestand in de Nomad ingevoerd worden. Nedato BV is bereid gevonden om de aardappelmonsters te analyseren. De tijd zal leren of het verschil in plaatselijke opbrengsten strookt met eigen waarnemingen en de rs-beelden. 
Meer nieuws:
|